Wanneer het loket het universum wordt
Monopolycentrisme in de jeugdhulp en wat het doet
met onze horizon.
Tot
voor kort kende ik de term monopolycentrisme niet. Maar wat ermee bedoeld
wordt, voelde ik al jaren in de jeugdhulp: dat het stelsel – regio, contracten,
productcodes – ongemerkt het middelpunt wordt, in plaats van het kind en gezin.
Ik
zat ooit bij een casusoverleg over een jongen van vijftien. Iedereen zag
hetzelfde: er was vooral behoefte aan rust, één vertrouwd gezicht en een plek
waar hij praktisch aan de slag kon. Toch kantelde het gesprek al snel naar:
onder welke voorziening valt dit, wie mag dit indiceren, in welke regio hoort
dit thuis? De energie verschoof van het leven naar het systeem.
Dat
is voor mij monopolycentrisme: één regio-indeling, één contract, één loket dat
bepaalt wat ‘echte’ hulp is – alles wat ernaast valt, wordt ingewikkeld,
tijdelijk of uitzondering. De horizon vernauwt, niet omdat mensen dat willen,
maar omdat het stelsel de zwaartekracht overneemt.
Misschien
begint veranderen met één simpele vraag aan tafel: “Als we even doen alsof het
systeem niet bestaat: wat zouden we dan morgen regelen voor dit kind en dit
gezin?” Dát gesprek wil ik vaker voeren.